h

Van de rode dichter (3)

30 april 2011

Van de rode dichter (3)

Zonderling oord

De wereld is te klein
Voor oorlog, armoede, vluchtelingen;
Het zou het wijste zijn
Om oorlog, armoede terug te dringen;
Maar in plaats daarvan
Forceren we de maat der dingen,
Door burchten te bouwen
Van verbijsterend wantrouwen,
Om het vreemde te weren,
En misgunnen mannen, vrouwen zo
Het oeroude lied te zingen
Waarvan we zouden kunnen leren
Terug te keren naar de pijn,
Die begon onder de dadelbomen,
Bij de bron, in de oase,
Waar wij eens tezamen lagen,
Met onze nog onbegrensde dromen,
Tot ik mij in onschuld afvroeg
Waarom de poort van het paradijs
Slechts door een zuchtje wind dichtsloeg.
Wellicht voor de vrucht der zonde.

En nu zijn we weer samengekomen,
Elk aan de andere kant van de muur,
Om elkaar dan eindelijk te vragen:
Naar wat voor zonderling oord
Heb jij me in je hart gedragen,
Naar welke barre, koude uithoek?
Zijn wij aan ons woord gehouden,
Of scheidt ons een vloek?
Om welke spil draait het leven
Dat jij me niet wilt geven?
Ontsteek ik voor jou mijn vuur,
Of blijft de passie voor altijd zoek?
Wil je dat ik blijf, of dat ik je wegstuur?
Reken er maar niet op dat ik schrijf,
Want onze liefde van toen,
Heeft niets meer om het lijf.
Twijfel heeft de tuin te zeer overwoekerd,
Dan dat ik mij er met jou verzoen…
Valt er dan niets meer aan te doen?

© Jan-Peter Scheffer

U bent hier